Wetenschappelijk onderzoek naar ‘heidense’ energievelden

Over Maja Kooistra’s ‘De aarde, de hemel en de bomen’

Maja Kooistra’s ‘De aarde, de hemel en de bomen’ gaat verder dan de meeste literatuur over krachtplekken en heilige bomen. Waar de meeste auteurs verleiden met smeuiige interpretaties van esoterische symboliek, pakt Kooistra het anders aan. Ze slaat je namelijk veelvuldig om de oren met wetenschappelijk onderzoek naar ‘heidense’ energievelden en markante begroeiing.

Kooistra is een fysisch geograaf: een wetenschapper, gespecialiseerd in de ontstaansgeschiedenis van het fysieke landschap. Zij ontdekte dat de begroeiing op energievelden wezenlijk anders is, dan op andere plekken. De afgelopen decennia bezocht ze honderden plaatsen waar heilige bomen stonden of nog staan. Daarnaast ging ze naar oude krachtplaatsen zoals hunebedden, steencirkels, vroegere kerken en kloosters. Dit resulteerde in een interessant naslagwerk over de fysieke ontstaansgeschiedenis van energetisch sterke gebieden in met name Europa. En er staan echt heel veel plekken in het boek beschreven!

Kompasrichting en hunebedden

Voor mij als lezer vielen er een heleboel puzzelstukjes op hun plek. Ik voel namelijk ook op bepaalde plekken sterkere of zwakkere energie, maar ik kon het nooit (wetenschappelijk) plaatsen. Andere literatuur over krachtplekken, die ik had gelezen, ging niet dieper in op de fysieke hoedanigheid van specifieke landschappen. Door het boek van Kooistra kan ik nu beter herleiden waarom we een sterke energie op een bepaalde (kracht)plek voelen of zien. Zo zijn het steeds dezelfde plekken waar de bliksem inslaat, zo voelen we ons steeds opgeladen bij een bepaalde boom of zo staan de openingen van hunebedden of dolmens steeds in dezelfde kompasrichting.

Hoewel dit boek interessante bruggen slaat tussen esoterie en wetenschap, is het niet zo toegankelijk voor een breed publiek. Kooistra’s stijl is vrij opsommerig, ze weidt gedetailleerd uit en haar teksten zijn gelardeerd met moeilijke termen. Het mist de verhalende anekdotes, zoals je die vindt in de boeken over landschapsenergie van bijvoorbeeld Marko Pogacnik.

Maar het boek is zeker een must voor mensen die zich regelmatig bezighouden met leylijnen en krachtplekken. Al is het maar om te kunnen ondebouwen, dat er wetenschappelijk onderzoek naar ‘heidense’ energievelden is gedaan. Want veel van deze mensen worden door de buitenwereld als ‘een beetje’ gek beschouwd, terwijl dat niet het geval is. Maar wij mensen zijn echter vergeten, dat dieren, maar ook wij lang geleden echt effectief gebruik maakten van de energetische krachtbronnen van Gaia. Het is de moeite waard om deze oude inzichten nieuw leven in te blazen.